Bacteriën kunnen de smaak en geur van sanitair water aantasten.
Naast de chemische en fysische eigenschappen heeft water ook een organoleptische eigenschap. Deze eigenschap beschrijft de geur, kleur en smaak van het water. Deze eigenschappen worden beïnvloed door de omgeving waarmee het water in contact komt. Aanwezigheid van opgeloste stoffen of mineralen en bacteriële werking kunnen de smaak geur en kleur dermate veranderen dat het water onaangenaam of zelfs onbruikbaar wordt om te drinken of te gebruiken als sanitair water.
Geur: duidt dikwijls door bacteriële werking (anaërobe bacteriën, ferrobacter,…)
Kleur: duidt dikwijls op de aanwezigheid van organische zuren (looizuur) of bitumen (platte daken)
Door de exacte oorsprong van deze eigenschappen te bepalen, kunnen ook de juiste oplossingen aangeboden worden.